Stichting Beter Zeist

aandacht voor burgerinitiatieven, inspraak, duurzaamheid, mobiliteit, groene ruimte en verantwoorde bouw

bijgewerkt 08-09-2020

Rijk

Veranderende rol van het Rijk
De rol van de Rijksoverheid is de afgelopen decennia veranderd. Door decentralisering van taken en verantwoordelijkheden ligt er meer op het bordje van de decentrale overheden zoals de gemeenten. Daarnaast is de samenwerking op internationaal vlak toegenomen, vooral in Europees verband. Dat betekent dat de nadruk van de besluitvorming op tal van dossiers ligt bij de internationale beleidsvoorbereiding en bij Europese jurisprudentie.

Mede door die invloeden wordt de Staat der Nederlanden door maatschappelijke organisaties en internationale organen aangesproken op de uitvoering van door het Rijk geaccordeerde besluiten. Denk onder meer aan het klimaat- en milieudossier, waar Nederland ver achter ligt in vergelijking met andere landen. Ook laat de coronacrisis zien dat het Rijk wel degelijk een regiefunctie heeft voor tal van onderwerpen.

Regiefunctie Rijksoverheid
Voorbeelden van de weer toegenomen regiefunctie is de visie- en planontwikkeling voor de energietransitie en de fysieke omgeving.
Daarbij probeert het Rijk een evenwicht te vinden tussen de landelijke aansturing op basis van wet- en regelgeving en de huidige verantwoordelijkheden van lagere overheden, bedrijven, instellingen en maatschappelijke organisaties. Het is dansen op het koord van het polderoverleg. Dat leidt soms tot overhaaste inhaalmanoeuvres op bepaalde momenten, bijvoorbeeld als gevolg van de effecten van juridische procedures. Dergelijke manoeuvres waren onnodig geweest als het Rijk eerder voldoende regie had gevoerd in de richting van eerder gemaakte Europese afspraken.

Nationale Programma RES
Dat zie je bij het Nationale Programma RES waar 30 door het Rijk geaccepteerde regio’s binnen korte tijd hun energiestrategie moeten opstellen. Die moet passen in het totale programma van het Rijk. Zowel de tijdsklem als de taakstelling van de Rijksoverheid zorgen voor extra druk op de regio’s en gemeenten. Daar komt bij dat het Rijk nog steeds koerst op het aanjagen van economische groei, bedrijvigheid en werkgelegenheid. Dat leidt vooral in de grotere stedelijke gebieden tot instroom van arbeidskrachten van elders, druk op de woningmarkt, extra woningbouw en infrastructuur.

Beleidskeuze voor stedelijke gebieden
Volgens die opvatting (eigenlijk een politieke keuze) moeten de randstad en andere stedelijke regio’s niet achter raken op concurrerende metropoolregio’s in Europa. Het leidt tegelijkertijd tot verwaarlozing van de aandacht voor de voorzieningen in minder bedeelde regio’s in Nederland. En het zorgt voor een steeds grotere (bestuurlijke) druk op de schaarse ruimte en groen in de bestaande stedelijke regio’s.

Effecten van de keuze
De feitelijke beleidskeuze voor stedelijke gebieden vertaalt zich naar de stedelijke regio’s als ambities om aan de metropoolontwikkeling mee te doen. Deze ontwikkeling lijkt onontkoombaar maar is het niet. Het vergt durf en toekomstgericht denken om nu een andere keuze te maken dan de verstedelijking die het Rijk kennelijk voor ogen heeft. Op langere termijn wordt de stedelijke ontwikkeling van laag Nederland bedreigd door de combinatie van een aanzienlijke zeespiegelrijzing en bodemdaling. Dat geldt zeker waar de grote rivieren hun water naar zee moeten afvoeren. In dat kader ligt het voor de hand juist te investeren in hoger gelegen gebieden. Bovendien zit het merendeel van de bewoners van de stadsregio’s niet te wachten op verdere verstedelijking, zo blijkt uit enquêtes.

Informatie